Jeroen Olyslaegers: ‘Wie naar de wortels van mijn prozawerk zoekt, komt uit bij DW B. Zo simpel is het. Onder leiding van Hugo Bousset heeft het tijdschrift mij verschillende keren aangespoord om kortverhalen te schrijven. Het vertrouwen in mij was groot. Al die kansen hebben me doen groeien. Ze hebben me doen dromen en boven mezelf uitstijgen. Wie nu de boom ziet van mijn werk, mag weten wie mijn schrijven heeft doen groeien: Hugo Bousset en de redactie van DW B.’

 

 

Charlotte van den Broeck: ‘Het literaire tijdschrift is een plek voor experiment. Voor het Ivo Michiels-nummer van DW B schreef ik mijn eerste stuk proza – een negen pagina’s lange zin geïnspireerd op Het boek Alfa. De opdracht gaf me ruimte voor stilistisch onderzoek en moed om naast poëzie een nieuw genre te verkennen.

DW B is voor mij als auteur een belangrijke schakel om verbinding te maken met een lezerspubliek, nieuw werk vindt er een eerste toonmoment, teksten in opdracht brengen me op boeiende zijpaden.’

 

 

Stefan Hertmans: ‘DW B neemt een volstrekt unieke plaats in het tijdschriftenlandschap in. Niet alleen is het erin geslaagd een heel nieuwe generatie schrijvers aan zich te binden, het bulkt van de nieuwe ideeën en projecten. Geen ander literair tijdschrift heeft zoveel creativiteit aan de dag gelegd de afgelopen decennia. De dossiers, de speciale kunstuitgaven, de dwarsverbanden en de keur aan beeldend kunstenaars die hun medewerking hebben verleend aan nummers die heuse collector's items zijn geworden: geen enkel ander literair tijdschrift komt zelfs maar in de buurt. Het oudste literaire tijdschrift van Vlaanderen is meteen ook het meest jeugdige.’

 

 

Peter Verhelst: ‘Voor de Nederlandstalige literatuur is DW B al decennialang een van de belangrijkste kweekvijvers waar Vlaamse en Nederlandse uitgevers gretig nieuwe schrijvers uit opvissen. Tegelijk is DW B het tijdschrift bij uitstek dat altijd voor kwaliteit en inhoud heeft gekozen door de prikkelende themanummers. Ook is het tijdschrift merkwaardig jong gebleven, omdat de hoofdredacteur er al decennialang in slaagt om de interessantste jonge schrijvers en denkers aan DW B te binden. Ondenkbaar dat DW B niet langer zou bestaan.’

 

 

Saskia de Coster: ‘Zonder DW B had mijn eigen literaire loopbaan een heel ander verloop gekend. Ik heb als debutant bij DW B de kans gekregen om te publiceren met werk dat allesbehalve mainstream was maar ik heb dankzij die publicatie wel een uitgever gevonden. Later kon ik als redacteur experimenteren én vooral ook waardevol werk ontdekken dat enkel onderdak kan vinden bij een kleine groep maar dat onrechtstreeks een enorme invloed heeft. DW B houdt de vinger aan de pols van de Nederlandstalige literatuur én bouwt bruggen naar andere taalgebieden en andere disciplines. DW B durft en kijkt naar de toekomst.’ 

 

 

Fikry El Azzouzi: ‘Een goed literair tijdschrift is een perfecte broedplek voor jong talent, waar uitgeverijen deze nieuwe stemmen kunnen opmerken. Bij een literair tijdschrift neem je de tijd om kortverhalen, poëzie en analyses te lezen. Je ontdekt de schoonheid van taal en je komt tot verrassende inzichten die je bij commerciële tijdschriften zelden vindt. Je leest nieuwe en andere stemmen. Inspiratie, verrassing, leesgenot en het motiveert om zelf te schrijven.’

 

 

Alicja Geszinska: ‘Het voortbestaan van literaire tijdschriften als DW B is van vitaal belang voor het voortbestaan van de Vlaamse literatuur. Als klein taalgebied is het des te belangrijker om schrijvers te ondersteunen in hun mogelijkheid om te publiceren. Niet enkel als springplank naar de toekomst, maar ook als brug naar het verleden is DW B van grote waarde. De wortels van DW B gaan terug tot midden 19e eeuw. Het is een kwestie van eerbied voor onze traditie en taal om tijdschriften als DW B in leven te houden.’

 

 

Jens Meijen: ‘Literaire tijdschriften zijn cruciale poorten om het literaire veld te betreden. Als ze uitsterven, zal er enorm veel jong talent verloren gaan, puur omdat het niet ontdekt zal worden. Voor mij is DW B de enige reden dat ik een literaire carrière heb. Ik was in 2016 uit het niets plots writer-in-residence bij DW B nadat ik enkele verhalen had opgestuurd. Dat heeft me de motivatie gegeven om het schrijven serieus te beginnen nemen. Als ik die kans niet had gekregen, was ik ongetwijfeld snel afgehaakt.’

 

 

Yves Petry: 'Mijn allereerste roman werd - goeddeels ongelezen, vermoed ik - door maar liefst zes uitgeverijen geweigerd. Dat hield me niet tegen om een tweede roman te schrijven. Toen die klaar was, pakte ik het verstandiger aan en stuurde ik het openingshoofdstuk ervan naar DW B, waar het werd aanvaard. Het is geheel aan deze voorpublicatie in DW B te danken dat een uitgever vervolgens de moeite nam om het hele manuscript eens te lezen, waarna het vrij snel werd uitgebracht als mijn debuut. Zonder DW B was ik gewoonweg geen schrijver geworden. Zo simpel is het. Want als ook mijn tweede roman door iedereen was afgewezen, zou ik vast en zeker nooit aan een derde zijn begonnen (en was ik nu een gelukkig mens).’

 

 

Peter Vermeersch: 'Wat DW B betekent voor ons? Voor schrijvers en lezers? Een bron van liefde en overleven. Een plek voor prille experimenten en rijpe verontrustingen. Waar literatuur alles kan omvatten en alles wat verschijnt literatuur wordt. Tegenwoordig denk ik vaak aan die oude wijsheid van Lao Zi, dat je je huis niet hoeft te verlaten om het heelal te kennen. Zo ook met dit tijdschrift. Je houdt het in je handen en je beseft: dit hier is het hele universum.'

 

 

Elma van Haren: ‘25 jaar lang heb ik als redactielid mee mogen meanderen in het DW B-(poëzie)landschap en daarin de verschuivende contouren van een veranderende maatschappij kunnen lezen. Weerspiegeling. Warme bedding voor de gevestigde schrijver en tegelijkertijd een bolder, ankerplaats voor de aanstormende debutant. Kortom: welluidende thuisbasis, waar eenieder inspiratie vinden kan, mocht hij even zonder lectuur vallen.’

 

 

Bernard Dewulf: ‘In DW B heb ik al vroeg gedichten kunnen plaatsen. Dat was belangrijk voor mij toen, als jonge schrijver, het was een erkenning. Ook nu nog, boeken later, voelt het als een erkenning aan wanneer het blad iets vraagt of opneemt. Al die jaren is DW B onbetwistbaar een referentiepunt.’

 

 

Heleen Debruyne: 'Schrijven in DW B is altijd reikhalzend uitkijken tot er een gedrukt exemplaar in de bus valt. Niet alleen vanwege het uitstekende redactiewerk en de mooie vormgeving, maar ook omdat je weet dat je naam in goed gezelschap staat, van gevestigde en minder gevestigde maar te ontdekken auteurs. Zeldzaam, zeker nu de literaire bijlagen in de kranten zienderogen dunner worden.’

 

 

Johan de Boose: ‘DW B is van onschatbare waarde. Een monument. Uniek in zijn opzet, steeds perfect in zijn vorm, altijd kwalitatief onovertroffen, en zelfs in digitale tijden een hebbeding, meer dan ooit. DW B heeft in de literaire wereld van het Nederlandse taalgebied de waarde van een kathedraal in de architectuur.

Wie is de barbaar die een kathedraal wil slopen? Mijn eerste teksten verschenen in diverse tijdschriften, ergens in de jaren negentig, maar die in DW B waren de belangrijkste en meest opzienbarende, die geleid hebben tot mijn debuut als prozaschrijver en als dichter. Onnodig te zeggen dat lidmaatschap van de redactie een kwestie van de hoogste eer is, én een bron van trots.’

 

 

Christophe van Gerrewey: ‘Debuteren in DW B, begin 2005 in een themanummer over W.G. Sebald, was een privilege: ik herinner me papieren drukproeven, de namen niet meer – maar ook niet minder! – dan namen, en het papieren nummer dat ik monster in de Universiteitsbibliotheek van Gent, een dag vooraleer mijn exemplaar arriveert. Veel is sinds toen veranderd, maar waarom? Dat een leven een beetje groter en grootser, maar ook luchtiger en lucider kan worden, voor lezers en schrijvers, dan het helaas al te vaak is – blijft dat niet de bestaansreden van DW B?’

 

 

Leen Huet: 'In 1992 aanvaardde DW B mijn verhaal ‘Losse eindjes’. Ik verbleef in Firenze en kreeg de drukproeven per fax toegestuurd. Ik danste met die guirlande van papier door het Nederlands Kunsthistorisch Instituut. Niet lang nadat ‘Losse eindjes’ verscheen, werd ik opgebeld door Emile Brugman van Uitgeverij Atlas. Het begin van een lange, mooie samenwerking, met als hoogtepunten het liefdeswoordenboek Mijn België (2004) en de romans Almanak (2005) en Eenoog (2009). In april 2015 verscheen er voor het eerst sinds lang weer een verhaal van mij in DW B, ‘De ontsnapping’. Ik beschouw deze twee verhalen als wendpunten in de ontwikkeling van mijn werk. DW B was er voor mij in het begin en nu ook weer. Dat levert een rijm in de tijd op. En het moedigt me aan.'

 

 

Mustafa Kör: ‘Een tijdschrift als DW B roept bij mij reminiscenties op aan een keurig geklede gentleman. Klassiek en eigentijds, mijmerend over de wereld waarin hij leeft. Oud en wijs, zo één waar je graag bij vertoeft, naar zijn verhalen luistert. Geïntrigeerd wil je zelf erop uittrekken en ontdekken. Met DW B onder de arm ben je verzekerd van deugddoende pitstops onderweg. Het is een labo voor kunst en cultuur uit alle windstreken met stevige wortels in de Vlaamse geschiedenis.’

 

 

Peter Holvoet-Hanssen: 'Lees in de gang van LV mijn ‘Lentehuisverzen’. De groei van de onschatbare erfgoed-eik DW B beperken of snoeien, leidt tot onomkeerbare verschraling, zelfs ontworteling. DW B biedt van oudsher een biotoop voor vele ontdekkingsreizigers. Zonder de vele DW B-uitdagingen had ik talrijke (bekroonde) expedities in de taal en in mijn hoofd niet ondernomen, meer nog: zonder DW B – cruciaal vanaf mijn debuut – geen ‘HH’: ‘nu wij nog bestaan’. Aux arbres, citoyens!’

 

 

Erik Spinoy: ‘Ondertussen al bijna veertig jaar is DW B een bestendige aanwezigheid in mijn bestaan als auteur. Dat is een functie van literaire tijdschriften die vaak onderbelicht blijft: ze richten zich niet alleen tot een publiek, maar ondersteunen ook een heel netwerk aan auteurs, die zich zo gesterkt weten door het besef: ‘Het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.’ Die steun, met de bijbehorende, al even onvolprezen vakkundige omkadering, heb ik al die tijd mogen ervaren bij DW B.’

 

 

Lize Spit: ‘Literaire tijdschriften zijn veilige podia waarvoor een beperkt maar geïnteresseerd publiek zich verzameld heeft en waar je als schrijver je talent af kan toetsen. En niet enkel voor beginnende auteurs zijn ze essentieel, ze houden een heel genre mee in stand - sla enkele al verschenen verhalenbundels van gevestigde schrijvers open en je zal zien hoeveel korter werk er oorspronkelijk in opdracht van een tijdschrift ontstaan is. Ze zijn een van de weinige die nog plaats bieden voor diepgravende recensies, waardoor schrijvers zelf ook beter inzicht krijgen in wat ze geschreven hebben. DW B heeft een duidelijk profiel, iets academischer maar niet ontoegankelijk, je wordt door de redactie zorgvuldig omkaderd, en het zou schrijvers vanuit verschillende hoeken treffen mocht het verdwijnen.’

 

 

Peter Terrin: ‘Ik kreeg een absurd verzoek van een bevriend schrijver. DW B is in nood, of ik in een paar woorden het belang van het literair tijdschrift wilde onderlijnen. Wat? Draait de aarde om de zon? Is het coronavirus besmettelijk? Is DW B al meer dan honderdvijftig jaar een baken in de Letteren? Een vrijplaats, een kweekvijver, een laboratorium? Een keurmerk? Wat? Ik las het verzoek opnieuw. Het stond er echt.’

Marc Reugebrink: ‘Ik heb in alle jaren dat ik zelf deel uitmaakte van de redactie van literaire tijdschriften (waaronder de XXIe Eeuw, De Gids en yang) altijd al het gevoel gehad te vechten voor een literair klimaat dat zwaar onder druk stond van de toenemende commercialisering. De gedachte dat het bij literaire teksten om “ideologisch geladen interventies van auteurs in de publieke sfeer” gaat (Thomas Vaessens), leek me al eind jaren tachtig van de vorige eeuw voornamelijk nog binnen literaire tijdschriften gekoesterd te worden — daarbuiten was literatuur vooral nog enkel amusement, en ieder nieuw boek hoogstens een incident waarvan de journalistieke waarde belangrijker leek dan de literaire. DW B was en is één van de tijdschriften die zich met ieder nummer tegen dat laatste verzet, een plek waar literatuur nog over de werkelijkheid gaat en niet slechts leesvoer is om aan die werkelijkheid te ontsnappen. Het belang van dergelijke plekken is voor iedere schrijver evident, en is dat voor mij altijd vanzelfsprekend geweest.’

Maud Vanhauwaert: ‘Ik had het genoegen een tijd in de kernredactie van DW B te kunnen zetelen. Ik was onder de indruk van hoe grondig die redactie werkt. Elke tekst die ter tafel kwam werd gewikt en gewogen, en heel uitvoerig bediscussieerd. Het voornamelijk vrijwillig engagement van de redactieleden vond ik indrukwekkend. Ontroerend zelfs. Waar in Vlaanderen is nog ruimte voor zo’n gedegen literatuurkritiek?

Er werd geen onderscheid gemaakt tussen grote namen en jonge debutanten, nee, alle teksten werden beoordeeld op intrinsieke kwaliteit. Ik vond dat een verademing. Temeer omdat er, naar mijn gevoel, in het literatuurlandschap vandaag soms te veel de nadruk ligt op vorm, de x-factor van de schrijver en commercieel gewin.

Voor mij staat DW B dan ook garant voor degelijkheid, kwaliteit. Het tijdschrift houdt al meer dan 160 jaar de vinger aan de kloppende pols van de literatuur. Die pols vertraagt, versnelt, en het tijdschrift slaagt erin om het ritme te volgen, zonder dat het zich slaafs opstelt. Je zou bijvoorbeeld makkelijk kunnen zeggen: “Komaan, neem toch een glossy cover, want anders ben je niet mee met de tijd.” DW B laat zich hier niet aan vangen. Meer dan dat ze volgt, leidt ze, maakt ze de tijd.

Dit tijdschrift is, voor zover ik er zicht op heb, een van de weinige échte vrijplaatsen voor literair experiment. Het heeft niet de intentie om zich schreeuwerig in het midden van het literaire landschap te planten. Nee, laat het maar broeden en broeien in de marge. Het is daar waar de literatuur van morgen wordt geschreven.’

 

 

Bart Meuleman: ‘Poelen vol wonderlijke creaturen, dat zijn onze tijdschriften in het uitgestrekte landschap van de literatuur altijd geweest. Er broeden daar dingen uit die anders niet hadden bestaan. Maar er zijn bijna geen literaire tijdschriften meer, een voor een werden ze drooggelegd door een bepaald soort beleid. En na een laatste ontwatering zou ook het oudste van allemaal, DW B, er straks niet meer zijn. Hoe is dat in godsnaam mogelijk? Aan degenen die dat met een handtekening gaan regelen: kom tot bezinning en maak uw onbezonnenheid ongedaan.’

 

 

Koen Peeters: ‘Een literair tijdschrift is een plein waar schrijvers én lezers elkaar ontmoeten, enkele keren per jaar. Voedende gesprekken, literaire relaties: dat betekent elkaar volgen, vooral uitdagen en verrassen. Ik heb zelf nooit of nergens “geleerd” om schrijver te zijn. Maar DW B heeft voor mij  een unieke, steeds weer vernieuwende literaire wereld geopend, die ik nodig had én heb om te blijven schrijven.’ 

Comments