Winnaar van de Editio Debutantenschrijfwedstrijd 2020 voor fictie

De Winter

Annika van Veen

De wind gierde door de liftschacht naar binnen, de gang op. Hij baande zich fluitend een weg langs de sponningen van de deur en door het sleutelgat. Buiten was het donker. De grijze flat stond als een blok pokdalig graniet aan de weg, flikkerend op het ritme van de actiefilms en sportjournaals. De Winter was de wind gevolgd en deed de deur van zijn flat achter zich dicht. Op zijn raam trokken druppels grillige lijntjes van licht tegen het zwart en grijs. De Winter trok zijn sjaal over zijn hoofd, veegde er zijn wenkbrauwen mee droog en liep naar de stoel voor zijn bureau. Daar stond de telefoon met draaischijf.

Tweede laureaat poëzie van Babylons Interuniversitaire Literaire Prijs 2020

Kwantum

Evelien Feys

  

 

Superpositie

 

Ik tel de dagen niet
meer enkel nog de
nachten
De afdruk op het kussen de
herinnering en de aankondiging
 
Sommige dingen kunnen op meerdere plaatsen tegelijk
 
bestaan Ik dacht altijd dat mensen bits waren: één of geen
met ondoordringbare grenzen
Maar in gedachten denk ik je telkens
anders alsof jij overal in mij bestaat
op manieren die verschillend en toch hetzelfde zijn